Prinsjesdag (18-09-2020)

Afbeelding van een geldkistje met daarvoor papier- en muntgeld

Onze Koning las dinsdagmiddag de Troonrede voor. Zoals iedere derde dinsdag van september. Maar dit jaar in heel andere omstandigheden. Corona eist een andere invulling van bijna alle bijeenkomsten en evenementen, dus ook van de traditionele start van het politieke jaar. Een andere locatie, geen rijtoer, veel minder mensen en niet de pracht en praal die bij de traditie hoort. En ook de inhoud van de Troonrede was anders dan gebruikelijk. De Koning sprak over het verdriet in ons land én over de veerkracht die er is om gezamenlijk de crisis te overwinnen.

Hij sprak zijn dank uit aan al die mensen die hun best doen ons door de crisis te leiden. En hij liet niet onvermeld dat ons gevoel van veiligheid en vertrouwen wordt geraakt door de coronacrisis. Maar toch: er zijn ook zoveel mooie voorbeelden van initiatieven die laten zien hoe sterk onze samenleving is dat we daar vertrouwen voor de toekomst aan mogen ontlenen. Bemoedigende woorden die deze Troonrede kenmerkten.

Bij Omrop Fryslân mocht ik, als voorzitter van de Vereniging Friese Gemeenten, de volgende ochtend mijn reactie geven op de Troonrede. Ik hoorde dat die een beetje zuinig was. Mijn reactie beperkte zich echter tot de situatie van de gemeenten en de plannen die nu worden aangekondigd. En, met alle respect voor de regering, ik kon niet anders dan tot een zuinige reactie komen.

Natuurlijk zie ik dat onze regering fors investeert in allerlei plannen. Er zijn miljarden euro’s in de bestrijding van de economische gevolgen van de coronacrisis gestoken. Prima. Dat daardoor een fors begrotingstekort ontstaat is ook een feit. Maar als je het over de relatie tussen rijk en gemeenten hebt...

Het woord ‘gemeente’ komt in de Troonrede maar één keer voor. Er wordt gesproken over een bedrag van 800 miljoen euro dat beschikbaar komt voor gemeenten. Dat lijkt een enorme bijdrage. Maar dit bedrag, ook nog naar boven afgerond, was al beschikbaar gesteld en is bedoeld om de extra uitgaven die gemeenten hebben vanwege corona te bestrijden.

 Niets nieuws en veel te weinig. Gemeenten hadden graag gezien dat er oplossingen komen voor de grote structurele opgaven die er zijn. Al lang zijn we als gemeenten in gesprek met het kabinet en met de leden van de Tweede Kamer over de problemen die er liggen. Ik noem er drie.

1. Enorme extra uitgaven voor jeugdzorg en Wmo. 2. Een rare korting op de uitkering van gemeenten die ooit door minister Plasterk is bedacht en al lang teruggedraaid had moeten worden. 3. In plaats van de beschikbare middelen voor gemeenten her te verdelen zou er juist meer geld bij moeten. Want door de extra uitgaven in de zorg (en wie er recht op heeft krijgt gewoon hulp of een voorziening) moet er op andere uitgaven worden bezuinigd. In onze gemeente proberen we dat zo te doen dat we er als inwoners niet meteen last van hebben. Soms kan een gebouw, een auto of computerapparatuur wel een jaar langer mee dan de afschrijvingstermijn. Maar ook dat houdt een keer op. En we willen voorkomen dat we moeten snijden in voorzieningen als bibliotheek en muziekschool.

Volgend jaar zijn er verkiezingen. Het kabinet zegt daarom dat een aantal ingrijpende besluiten door een volgend kabinet moet worden genomen. Als je die redenering volhoudt betekent het dat je van iedere kabinetsperiode minimaal een jaar (half jaar voor de verkiezingen en een half jaar formatieperiode) moet aftrekken omdat er geen besluiten worden genomen. Zo komen we niet verder in ons land.

Ik roep daarom het kabinet en de Tweede Kamer op om serieus met de gemeenten in gesprek te gaan en oog te hebben voor de financiële nood die er is. Bij alle gemeenten.

Gemeenten worden ook wel de ‘eerste overheid’ genoemd. Omdat ze het dichtst bij de burgers, de inwoners staan. Voor onze inwoners zijn we iedere dag aan het werk. Onze inwoners hebben recht op een gemeente die ook in financiële zin in staat is om fatsoenlijk beleid te voeren.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.