Is de scheiding tussen kerk en staat hetzelfde als een contactverbod? (14-02-2020)

Afbeelding uitreiking boekje

Tijdens een bijeenkomst in Utrecht mocht ik vorige week namens alle Nederlandse burgemeesters een boekje over de relatie tussen overheid en religie in ontvangst nemen. Het boekje is geschreven in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Als het gaat over de manier waarop overheid en religieuze organisaties contact met elkaar hebben, met elkaar omgaan, wordt vaak gesproken over de scheiding tussen kerk en staat.

Dat begrip bestaat al heel lang, maar het is niet in de (grond)wet vastgelegd. In de grondwet staat wel dat we in Nederland vrijheid van godsdienst hebben. Dat betekent voor de overheid dat die neutraal is als het over geloof gaat. De overheid, de gemeente bemoeit zich niet met de interpretatie van een geloof, de inhoud van een preek of de benoeming van een voorganger. En de kerk bemoeit zich niet met de gang van zaken binnen de gemeenteraad. Maar dat betekent niet dat de scheiding tot een contactverbod leidt. Integendeel.

Kerkelijke gemeenten en andere religieuze organisaties vormen een wezenlijk onderdeel van onze samenleving. Ze spelen, op hun eigen wijze, net als veel andere organisaties, een grote rol in het bij elkaar houden van de lokale gemeenschap. Zoals de gemeente contacten onderhoudt met plaatselijke belangen, sportverenigingen, schoolbesturen en heel veel andere organisaties, zo kan dat ook met allerlei religieuze organisaties. Want er zijn best veel onderwerpen waarover een gezamenlijk gesprek kan worden gevoerd. De gemeente is actief op het terrein van zorg en ondersteuning. Binnen de kerken is vaak ook een diaconie actief die zich actief met zorg voor mensen binnen en buiten de kerk bezig houdt. Als het gaat om mensen die onderdak of begeleiding nodig hebben werken gemeenten graag samen met een organisatie als Limor, die verbonden is aan het Leger des Heils.

Er zijn in veel plaatsen projecten om kerkgebouwen een nieuwe of bredere functie te geven. En waarom zouden een dorpsgemeenschap en een kerkelijke gemeente niet nadenken over het gezamenlijk gebruik van gebouwen? In de meeste gemeentelijke rampenplannen is ook een rol voor de kerken weggelegd als het gaat om opvang van mensen. Bij de bijeenkomst hoorde ik mooie voorbeelden van gemeenten, vooral grote steden, waarbij vanuit de kerken of moskeeën allerlei activiteiten voor de hele wijk worden georganiseerd.

Ook in De Fryske Marren zijn er contacten tussen gemeente en kerken. Ook bij ons weten we elkaar te vinden wanneer dat nodig is. Maar ik heb het idee dat dit vooral gebeurt wanneer er daadwerkelijk iets aan de hand is met bijvoorbeeld een gezin dat hulp nodig heeft of wanneer er een incidentele activiteit is. Misschien is het zo gek nog niet om, net als dat bij dorpsbelangen of schoolbesturen het geval is, ook enkele keren per jaar met de vertegenwoordigers van religieuze organisaties te spreken. Ook met respect voor de scheiding van kerk en staat zijn er immers genoeg zaken die ons binden, waarover we in gesprek kunnen gaan en waarbij samenwerking ons en onze inwoners een stapje verder brengt.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.