Institutioneel eenzaam (18-10-2019)

Afbeelding van burgemeester Fred Veenstra

Het was in verschillende opzichten een bijzondere week. Mijn agenda, in ieder geval die in de eerste vier dagen, liet een enorme afwisseling zien. Een collegevergadering, een raadsvergadering en een commissievergadering. Een werkbezoek aan het museum in Joure. Een overleg met de collega in Súdwest-Fryslân. Twee bezoeken aan 60 jaar getrouwde echtparen. Enkele indringende gesprekken met inwoners over hun persoonlijke situatie. En daarnaast een flink aantal interne overleggen en telefoongesprekken over openbare orde-kwesties, koninklijke onderscheidingen en nog veel meer.

Maar ook buiten de gemeente was het een bijzondere week die voor een groot deel in het teken stond van de boerenprotesten. Vooropgesteld moet worden dat iedereen en iedere beroepsgroep het recht heeft om te protesteren en te demonstreren. En ook moet helder zijn dat de overheid moet zorgen dat demonstraties, binnen de wettelijke kaders, kunnen plaatsvinden. Maar ik vraag me af of we met elkaar ooit tot breed gedragen besluiten kunnen komen wanneer er wordt gezegd dat er sprake is van een ‘civil war’, een oorlog tegen de overheid die slechts uit rovers zou bestaan. Met dit soort uitspraken draag je niet bij aan het goede gesprek dat nodig is en dus zeker niet aan de oplossing van een probleem waar onze hele samenleving, en niet alleen de boeren, onder dreigt te gaan lijden.

In die drukke week waren er ook enkele rustpunten en reflectie-momenten. Op maandag was er de Friese bestuurdersdag. Daar spraken twee hoogleraren, Jan Rotmans en Caspar van den Berg. En een paar dagen later in Sneek de Hayo Apothekerlezing met als spreker Thom de Graaf, vice-president van de Raad van State. De Graaf gebruikte de woorden die boven deze blog staan om de positie van de burgemeester in ons huidige bestel te duiden. Het burgemeesterschap is al lang geen rustige baan meer, integendeel het is steeds lastiger geworden. Steeds meer taken, waarbij het soms lijkt dat het bestuursrecht wordt gebruikt om het strafrecht te vervangen. De burgemeester is allang niet meer alleen boegbeeld van de gemeente, maar ook aambeeld waarop naar hartelust kan worden geslagen. En dus is het afbreukrisico groter. Formeel weliswaar boven de partijen, maar in de praktijk er ook vaak onder, omdat de gemeenteraden meer dan vroeger gebruik maken van de mogelijkheid het vertrouwen op te zeggen. De toespraak van De Graaf geeft stof tot nadenken.

Dat deden de verhalen van Rotmans en Van den Berg ook. Van den Berg sprak over de kloof tussen randstad en de meer landelijke delen van het land. Die kloof zou je kunnen verkleinen door bijv. ons kiesstelsel zo te wijzigen dat er meer regionale invloed komt. Hij liet ook zien dat, anders dan we vaak denken, de “brede welvaart” in ons land niet in de grootstedelijke gebieden zit, maar juist in gebieden als het onze. En wanneer we als regio meer gaan samenwerken dan kunnen overheden veel betekenen voor de mensen in het gebied. Ook Rotmans hield een pleidooi voor samenwerking op Fries niveau. Versnippering is slecht voor de ontwikkeling van onze provincie. En, zo hield hij zijn publiek voor, in tijden van onrust, waar we nu middenin zitten, is er juist behoefte aan overheidsbestuurders die visionair zijn en voor bezieling zorgen.

Ik schrijf deze blog op donderdagavond. Morgen ga ik naar een bijeenkomst voor burgemeesters van de partij waar ik lid van ben. Nog meer nieuwe inzichten opdoen en aan anderen over mijn werk en mijn drijfveren vertellen. Ik heb er in de afgelopen dagen weer voldoende inspiratie voor opgedaan.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.