Geweld hoort nergens thuis (22-06-2018)

Dit item is verlopen op 22-06-2019.
Afbeelding Fred Veenstra

Een aantal weken geleden kwamen alle medewerkers van de gemeente die een taak hebben op het terrein van jeugd en jongeren bij elkaar voor een workshop over kindermishandeling. Er zijn voldoende protocollen en meldcodes, maar hoe zorg je nu dat die ook zo vroeg mogelijk in werking worden gezet bij een vermoeden van kindermishandeling. Daar ging het gesprek over.

Ik mocht de workshop openen. Daarbij heb ik gebruik gemaakt van een blog die ik in 2015 schreef. Toen was kindermishandeling ook een onderwerp waarvan we vonden dat er te weinig aandacht voor was. Drie jaar geleden bestond het vermoeden dat er maar in ongeveer 30-50% van de gevallen ook daadwerkelijk een melding wordt gedaan. De vraag is of dit inmiddels is verbeterd. Daarom is het goed om meer aandacht te besteden aan kindermishandeling en vooral de voorkoming ervan. In ieder geval moeten we zorgen dat het meer wordt gemeld. Door buren, door basisscholen, door consultatiebureaus. Te vaak wordt nog gedacht: ik meld het maar niet, want stel je voor wat er gebeurt als het niet waar blijkt te zijn. Er zijn landen waar je strafbaar bent als je een vermoeden van kindermishandeling niet meld. Wij werken nog met beroepscodes en SIRE-campagnes, maar misschien is dat niet voldoende.

Als je naar de cijfers kijkt dan hebben we te maken met een groot probleem. In ons land zijn er, voor zover bekend, ongeveer 119.000 gevallen van kindermishandeling per jaar en daarnaast ook 200.000 gevallen van ander huiselijk geweld. Enorm grote aantallen. En we moeten niet denken dat het in onze gemeente wel mee zal vallen. Ook bij ons doen zich soms (ernstige) gevallen van huiselijk geweld voor. Ook deze week weer. Het is een groot probleem dat vraagt om een intensievere aanpak. Een aanpak door alle betrokken partijen, niet alleen de gemeente, maar ook het onderwijs, de politie, de GGD en vele anderen. Omdat er zoveel instanties mee te maken hebben is het lastig die allemaal op één lijn te krijgen. Hoe zorgen we dat met alle betrokkenen dat we incidenten voorkomen, en hoe zorgen we dat hulpverlening voor slachtoffers, maar ook voor daders, meer structureel wordt. Dat vraagt veel meer samenwerking en eigenlijk is er te weinig menskracht om dit goed te doen.

Daarom is het mooi dat de landelijke overheid gaat bijspringen. Niet met regels, maar met praktische ondersteuning én met geld. In de afgelopen dagen was ik bij een bijeenkomst in Noordelijk verband waar de landelijk projectleider zijn plannen toelichtte. Verschillende ministeries en de Vereniging Nederlandse Gemeenten zetten de schouders er onder. In de tweede helft van dit jaar kunnen regio’s al gebruik maken van het ondersteuningsaanbod. Dat is goed nieuws. Voor de gemeenten die nu meer mogelijkheden krijgen om een groot probleem aan te pakken, maar vooral ook voor de kinderen die de hulp zo goed kunnen gebruiken.

Weblog burgemeester Fred Veenstra.